Met MRI-spectroscopie meten we het carnosinegehalt in de kuitspier. dat toont de verhouding tussen uihoudinsverzels en explosieve vezels, zo wordt je spierweefsel type in kaart gebracht.
Het spiervezeltype van de mens verschilt enorm van persoon tot persoon. De spieren van sommige mensen zijn voornamelijk opgetrokken uit trage spiervezels en die van andere dan weer vooral uit snelle spiervezels. Dit spiervezeltype speelt een bepalende rol in sportprestaties. En toch gebruikt men deze factor niet in de dagelijkse begeleiding van atleten en ligt het wetenschappelijk onderzoek over dit topic al tientallen jaren stil. Dat komt omdat je tot voor kort een stukje spier moest wegnemen bij een atleet om zijn of haar spiervezeltype te kunnen bepalen. Om hier verandering in te brengen, ontwikkelden we een niet-invasieve methode, waarbij we het spiervezeltype inschatten via een MRI-scan. Het is de start van de heropleving van het spiervezeltype in de sport.
Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten, is volldig niet-invasief en geeft u objectieve gegevens voor talentoriëntatie, trainingsplanning en blessurepreventie. Ongeveer een week na het onderzoek ontvangt u een getailleerd overzicht opgemaakt door UGent.
Het onderzoek kost €425.
Eline Lievens maakte onder begeleiding van professor Wim De Raeve haar doctoraatstudie hierover en perfectioneerde de techniek tot een bruikbaar product. In 2022 won ze hiervoor de PHDcup. Kijk voor meer informatie naar volgend filmpje.
